Ooievaar

Ciconia ciconia

Log in om deze soort toe te voegen

De Ooievaar (Synoniem: Witte ooievaar, Europese ooievaar) behoort tot het geslacht Ciconia uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).

Deze grote, opvallende vogel met witte veren, zwarte slagpennen en een lange rode snavel broedt in grote delen van Europa, waaronder Nederland, en overwintert vooral in Afrika beneden de Sahara. Hij leeft graag in open, vochtige landschappen als weilanden, uiterwaarden en agrarisch gebied, vaak dicht bij mensen, waar hij op palen, masten of daken nestelt. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren, amfibie�n, vis en insecten, die lopend in ondiep water of in grasland worden gevangen. Ooievaars zijn sociale, luidruchtige vogels die bekend staan om hun klepperende balts en de grote, jarenlang gebruikte nesten waarin ze ieder voorjaar een legsel grootbrengen.

Ooievaar
White Stork
Wei�storch
Cigogne blanche

Taxonomische indeling

Bird Order
Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
Bird Family
Ooievaars (Ciconiidae)
Bird Genus
Ciconia

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Ooievaars

Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
  • Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Huisvestingsrichtlijnen Ooievaars

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een opvallend zwart-wit verenkleed. De kop, nek, borst en onderzijde zijn wit, terwijl de rug, bovenvleugels en staart glanzend zwart zijn. In vlucht is de brede witte vleugelstreep duidelijk zichtbaar. De snavel is lang, recht en felrood. De poten zijn lang en rood en de iris is rood.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is iets kleiner. De snavel en poten zijn identiek, respectievelijk rood en lang, en de iris is ook rood.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassen vogels, maar de zwarte vleugelveren zijn matter en bruinzwart. De witte delen van het verenkleed kunnen een lichte beige zweem hebben. De snavel is oranjeachtig met een donkere punt en de poten zijn bleker rood. De iris is donkerbruin tot roodbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donzig, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna wit. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, kleuren snavel en poten rood en ontwikkelt zich het volwassen zwart-witte verenkleed.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 167
  • Tijdschrift 163