Vogel
Chileense duif
Chileense duif
Columba araucana
Log in om deze soort toe te voegenDe Chileense duif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De Chileense Pigeon is een vogel die voornamelijk____ voorkomt in de centrale en zuidelijke delen van Chili en aangrenzende gebieden in Argentinië. Het dier leeft voornamelijk in zuidelijke gematigde bossen, zoals Araucaria en Nothofagus. Het foerageert vooral in bomen op fruit, maar zoekt ook naar zaden in open gebieden. De broedtijd loopt van december tot maart of mogelijk mei. De vogel broedt koloniaal en nestelt in het bos, vaak in bamboe. De celuidige status van de soort is "Least Concern" ondanks dat ontbossing een probleem vormt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 33-35 cm lengte. Het verenkleed is overwegend leigrijs tot blauwgrijs. De kop en borst zijn lichter grijs, vaak met een subtiele blauwige zweem, terwijl de rug en vleugels donkerder grijsbruin zijn. De nek vertoont een zachte groen- tot purperachtige irisatie bij goed licht. De buik en onderstaart zijn vuilwit tot lichtgrijs. De vleugels zijn uniform grijs met donkere slagpennen. De staart is breed en donkergrijs met een lichtere eindband. De snavel is zwartachtig met een bleke was, de poten zijn rood en de iris is oranjerood, omgeven door een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar met het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De irisatie op de hals is minder uitgesproken en de borst is grijzer van toon. De iris is vaak meer oranjebruin dan fel rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder en meer bruinachtig van toon. De iriserende glans ontbreekt en de borst is egaal grijsbruin. Op rug en vleugels hebben de veren lichte randjes, wat een geschubd uiterlijk oplevert. De staartband is minder scherp begrensd. De snavel is grijzer, de poten zijn valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is relatief fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste weken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze het bruinige juveniele kleed ontwikkelen.