Dunbekwulp

Numenius tenuirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Dunbekwulp behoort tot het geslacht Numenius uit de familie van Strandlopers en Snippen (Scolopacidae).

Deze zeldzame steltloper leefde migrerend van broedgebieden in de Kazachse steppe en Siberische moerassen naar wintergebieden rond het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika. Hij bewoonde meestal moerassen, veengebieden en ondiepe zoetwaterhabitats. Het dier voedde zich met kleine ongewervelden uit modderige bodems en vertoonde buiten het broedseizoen sociaal gedrag met andere steltlopers.

Dunbekwulp
Slender-billed Curlew
D�nnschnabel-Brachvogel
Courlis � bec gr�le

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Strandlopers en snippen (Scolopacidae)
Bird Genus
Numenius

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Snippen, strandlopers, ruiters, wulpen, grutto's

De Scolopacidae vormen een diverse groep steltlopers die in de natuur leven langs kusten, oevers en moerassen. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met ondiep water, zachte bodem en veel gelegenheid tot foerageren en rusten. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (5–20 cm diep) en zachte modderige bodem; helft van het verblijf water, helft gras- of zandzones met lage vegetatie en open plekken; stenen of wortels als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en beschut tegen wind en regen.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – ruime verblijven voorkomen conflicten; buiten broedtijd groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte.
  • Voeding: insecten, wormen, larven, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit en bodemhygiëne essentieel; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met terreinvariatie bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
Het mannetje is een middelgrote steltloper van circa 36�41 cm lengte, kleiner en eleganter dan de gewone wulp. Het verenkleed is overwegend zandbruin tot grijsbruin met fijne donkere lengtestrepen en vlekjes, wat uitstekende camouflage biedt in graslanden en moerassen. De kruin heeft een duidelijke donkere middenstreep met lichte randen, de wenkbrauw is licht en contrasterend. De borst en flanken zijn lichtbruin met fijne streping, de buik is vuilwit. De snavel is relatief lang, slank en iets neergebogen, maar fijner en korter dan bij andere Numenius-soorten; donkerbruin tot zwart met een lichtere basis. De poten zijn grijsgroen, de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend op het mannetje maar doorgaans iets groter, met een iets langere en sterker gebogen snavel. Het verenkleed is vrijwel identiek.

Juveniel:
Juvenielen zijn warmer en frisser van tint, met meer kastanjebruine accenten op de rugveren. De borst is fijner gevlekt en de lichte wenkbrauw is opvallend breed. De snavel is korter en rechter dan bij volwassen vogels en donkergrijs met een lichtbruine basis. De poten zijn valer grijsgroen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht dons, geelbruin tot zandkleurig met donkere rugstrepen en een maskerachtig patroon rond de ogen, wat camouflage biedt in grasland en moerasvegetatie. De onderzijde is vuilwit tot cr�me. De snavel is kort en recht, donkergrijs van kleur, de poten vleeskleurig en de ogen donker. De karakteristieke slanke, gebogen snavel ontwikkelt zich pas na de eerste rui.