Vogel
Madagascarsnip
Madagascarsnip
Gallinago macrodactyla
Log in om deze soort toe te voegenDe Madagascarsnip behoort tot het geslacht Gallinago uit de familie van Strandlopers en Snippen (Scolopacidae).
De Madagaskarsnip is een vogel die endemisch is in Madagaskar. Deze soort broedt in de vochtige oostelijke helft van het eiland, vanaf zeeniveau tot 2.700 m, en is vooral algemeen boven 700 m. Het is een niet-trekvogel die zich thuis voelt in de lokale habitat. De Madagaskarsnip heeft een forse lichaamsbouw en maakt een hoerse hlip kreet als het opvliegt. De populatie is beperkt en staat vermeld als kwetsbaar op de Rode Lijst.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- Bird Genus
- Gallinago
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Snippen, strandlopers, ruiters, wulpen, grutto's
De Scolopacidae vormen een diverse groep steltlopers die in de natuur leven langs kusten, oevers en moerassen. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met ondiep water, zachte bodem en veel gelegenheid tot foerageren en rusten. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (5–20 cm diep) en zachte modderige bodem; helft van het verblijf water, helft gras- of zandzones met lage vegetatie en open plekken; stenen of wortels als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: goed koudetolerant; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en beschut tegen wind en regen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – ruime verblijven voorkomen conflicten; buiten broedtijd groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, larven, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit en bodemhygiëne essentieel; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met terreinvariatie bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
Het mannetje is een middelgrote snip van circa 25�27 cm lengte, opvallend door zijn relatief lange poten en snavel. De kop is bruin met een brede, lichte middenkruinstreep en donkere oogstrepen. De rug en vleugels zijn rijk kastanjebruin met zwarte en goudgele lengtestrepen, die een sterk gecamoufleerd patroon vormen. De borst is lichtbruin met fijne vlekken, de buik vuilwit. De staart is kort en afgerond, roodbruin met zwarte bandering. De snavel is lang, recht en donkerbruin, de poten zijn olijfkleurig tot groenbruin, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is nauwelijks te onderscheiden van het mannetje in het veld. Gemiddeld is zij iets groter met een langere snavel, maar verenkleed, tekening en kleuren zijn identiek. De snavel en poten zijn van gelijke kleur, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op volwassen vogels maar zijn iets warmer bruin van tint. De rugveren hebben bredere lichte randen, wat een geschubd effect geeft. De borst is meer uitgesproken gevlekt, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot groenbruin en de iris zeer donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met dicht, zacht dons. De bovenzijde is donkerbruin met lichtere strepen, terwijl de onderzijde vuilwit tot cr�me is. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. De lange snavel en poten ontwikkelen zich pas volledig naarmate de kuikens ouder worden.