Vogel
Bergbamboepatrijs
Bergbamboepatrijs
Bambusicola fytchii
Log in om deze soort toe te voegenDe Bergbamboepatrijs behoort tot het geslacht Bambusicola binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De bamboepatrijs is een vogel die voorkomt in het noordoosten van India, Myanmar, het midden-zuiden van China, Laos, Thailand, en Vietnam. Het dier leeft in de buurt van water in bamboebosjes, hoge grassen en degradatiegebieden waar bamboe groeit. De bamboepatrijs voelt zich thuis onder beschutting van struiken en komt voornamelijk 's ochtends en 's avonds tevoorschijn om te foerageren. Het dieet bestaat uit jonge bamboeschoten, zaden, bessen en insecten. De vogel is relatief gewoon maar heeft te maken met habitatverlies door landbouw en jacht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Bambusicola
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een bruin tot roodbruin verenkleed met fijn gespikkelde donkere strepen over rug, vleugels en borst. De buik is lichter bruin tot beige. De flanken zijn subtiel gestreept en dragen bij aan camouflage in bamboebossen en dicht struikgewas. De kop is bruin met een lichtere wenkbrauwstreep en een dunne, donkere oogstreep. De snavel is grijsachtig tot donkerbruin, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets matter van kleur en minder contrastrijk gestreept. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels zijn doffer bruin van kleur met minder uitgesproken strepen op borst en flanken. De koptekening is subtieler en minder scherp afgetekend. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig bruin en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met subtiele donkere vlekken en strepen voor camouflage in dichte vegetatie. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.