Vogel
Berlioz zilverfazant
Berlioz zilverfazant
Lophura nycthemera berliozi
Log in om deze soort toe te voegenDe Berlioz zilverfazant behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze ondersoort van de zilverfazant komt voor in de bergachtige gebieden van het oosten van Azië. Het zijn ecologisch georiënteerde vogels die zich voornamelijk in dichte bosgebieden bevinden. De mannetjes voeren een complexe dans uit om vrouwtjes te lokken, wat onderdeel is van hun sociale gedrag. Beide geslachten hebben een naakte rode gezicht en rode poten, wat henDISTINCT MAKT van andere fazanten. Ze zijn populair in avicultuur en worden vaak gehouden in verzorgingscentra.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lophura
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Man:
Het mannetje heeft een glanzend zwartblauw verenkleed over kop, nek, borst en rug, met metallic paarse en blauwe tinten die variëren afhankelijk van de lichtinval. De lange staartveren zijn donker met blauwe en paarse glans. De kop draagt een korte, zwarte kuif. De snavel is zwart, de poten donkergrijs tot zwart. De iris is roodachtig en opvallend.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel minder kleurrijk. Het verenkleed is overwegend bruin tot donkerbruin, met lichte strepen op rug en flanken voor camouflage. De borst is iets lichter bruin. De snavel is donkerbruin tot grijs, de poten donkergrijs en de iris bruinachtig.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur, met minder duidelijke strepen. De snavel en poten zijn grijsachtig, de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met lichtere vlekken en strepen op rug en kop, wat camouflage biedt in het bos. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.