Borneo pauwfazant

Polyplectron schleiermacheri

Log in om deze soort toe te voegen

De Borneo pauwfazant behoort tot het geslacht Polyplectron binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze middelgrote, zeldzame fazant leeft alleen in de laaglandregenwouden van Borneo, met verspreide waarnemingen in zowel Indonesië als Maleisië, vooral in droge bossen tussen 100 en 500 meter hoogte. Het is een verborgen, grondbewonende soort met een opvallend verenkleed vol iriserende oogvlekken op staart en vleugels. De vogel is schuw en wordt zelden gezien, leeft solitair en voedt zich vermoedelijk met zaden, bessen en kleine ongewervelden. Zijn voortbestaan wordt bedreigd door ontbossing en habitatverlies.

Borneo pauwfazant
Bornean Peacock-Pheasant
Borneopfaufasan
Éperonnier de Bornéo

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Polyplectron

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin tot zwart verenkleed met iriserende blauwe en groene glans op rug, borst en vleugels. De flanken en rug zijn voorzien van ronde, oogachtige vlekken (ocelli) die typerend zijn voor parelfazanten. De kop is donker met een kleine opstaande kuif. De snavel is donkergrijs, de poten donkergrijs tot zwart. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is minder opvallend van kleur. Het verenkleed is donkerbruin met subtiele, minder uitgesproken ocelli voor camouflage. De borst en buik zijn lichter bruin. De snavel is donkergrijs, de poten donkergrijs en de iris bruinachtig.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en vertonen nog nauwelijks ocelli-patronen. De snavel en poten zijn donkergrijs en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken op rug en kop voor camouflage in dichte bosvegetatie. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 177
  • Tijdschrift 196
  • Tijdschrift 222
  • Tijdschrift 242