Vogel
Grijze frankolijn
Grijze frankolijn
Ortygornis pondicerianus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijze frankolijn behoort tot het geslacht Ortygornis binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogel komt voor op de vlaktes en in droge gebieden van het Indisch subcontinent, Iran en noordwestelijk Sri Lanka, en is sporadisch ook ge�ntroduceerd op enkele eilanden en in delen van Amerika. Hij leeft vooral op de grond in open landbouwgebieden, struikgewas en droge bossen, vaak op lage hoogte. Overdag scharrelt hij voedsel bij elkaar, terwijl het mannetje vooral in de ochtend harde, herkenbare roepgeluiden maakt. De soort kenmerkt zich door gebandeerde veren en een bleek gezicht met zwarte accenten, en leeft doorgaans verborgen tussen de vegetatie, waar hij bij gevaar snel wegrent of kort opschrikt om te vliegen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Ortygornis
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met fijne donkere strepen en een duidelijke geschubde tekening op borst en flanken. De keel is wit met een dunne zwarte omlijsting die overgaat in een donkere band langs de zijkant van de hals. De rug en vleugels zijn bruin met kastanjebruine tinten en lichte vlekken. De buik is lichtgrijs tot beige. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten roodachtig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar heeft een iets matter verenkleed, met een minder contrastrijke keel- en halsband. De borst en flanken zijn subtieler geschubd en de kastanjebruine tinten op de vleugels zijn minder uitgesproken. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels zijn egaler bruin van kleur, met een minder duidelijke tekening. De keel is lichtbruin of vuilwit zonder duidelijke omlijsting. De snavel is lichtgrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere strepen over rug en kop die zorgen voor camouflage in grasrijke habitats. De onderzijde is lichter beige tot witachtig. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.