Vogel
Groene pauw (spicifer)
Groene pauw (spicifer)
Pavo muticus spicifer
Log in om deze soort toe te voegenDe Groene pauw (spicifer) behoort tot het geslacht Pavo binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogelsoort leeft in de tropische bossen van Zuidoost-Azi� en is bekend om zijn indrukwekkende staartveren. Hij heeft een voorkeur voor lang gras en dichte bossen, waar hij zijn voedsel zoekt. Het mannetje doet een dans om indruk te maken op het vrouwtje, waarbij hij zijn staart uitwaaiert tot een grote waaier. Het is een sociaal dier dat in kleine groepen leeft en zich voedt met insecten en planten. Door habitatverlies en jacht staat deze soort op de rode lijst van bedreigde diersoorten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Pavo
Ringmaat
Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje heeft een schitterend iriserend verenkleed met een metallic groen tot blauwgroene glans, waarbij de borst en flanken een uitgesproken schubachtig patroon tonen. De rugveren zijn bruin met groene glans. De lange bovenstaartdekveren vormen de trein, rijkelijk voorzien van grote ocelli in blauw, groen en goud. De kop draagt een rechtopstaande kuif van smalle veren met een duidelijke waaiervormige top. De naakte huid rond de ogen en keel is contrasterend blauw tot turkoois, vaak met een opvallende gele vlek langs de kaaklijn. De snavel is hoornkleurig, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner, mist de trein, maar vertoont een meer uitgesproken iriserend groene borst en keel dan bij de Indische pauw. De rug is bruinachtig met groene glans, de buik lichter beige tot witachtig. De kuif is aanwezig maar korter en subtieler dan bij het mannetje. De naakte huid rond de ogen is blauwachtig tot groenig, soms met een gelige tint. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn doffer van kleur met weinig glans. Jonge mannetjes ontwikkelen pas later de kenmerkende iriserende borst en de verlengde bovenstaartdekveren met ocelli, meestal vanaf hun tweede of derde levensjaar.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere strepen over rug en kop, die camouflage bieden in grasland en bosranden. De onderzijde is lichter beige tot witachtig. De snavel is klein en lichtgrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.