Himalaya berghoen

Tetraogallus himalayensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Himalaya berghoen (synoniem: Himalaya koningshoen) behoort tot het geslacht Tetraogallus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort leeft op alpiene weiden en steile rotsachtige hellingen in de Himalaya en aangrenzende gebieden, meestal tussen 2400 en 5000 meter hoogte. Ze foerageren boven de boomgrens en zoeken bescherming op steile berghellingen. Hun gedrag omvat het snel afdalen van hellingen om te ontsnappen en het zoeken naar voedsel in open terreinen, waarbij ze vaak in kleine groepen voorkomen.

Himalaya berghoen
Himalayan Snowcock
Himalayak�nigshuhn
T�traogalle de l'Himalaya

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Tetraogallus

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje is een forse patrijs met een robuust lichaam. Het verenkleed is overwegend grijsbruin met duidelijke donkere strepen over rug en vleugels. De kop is lichtgrijs met een kastanjebruine oogstreep die doorloopt naar de nek. De borst is grijsachtig, de flanken zijn opvallend gestreept in zwart en wit, en de buik is wit. De vleugeldekveren tonen brede witte randen die in vlucht contrasteren. De snavel is hoornkleurig, de poten vleeskleurig tot roze, en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is iets kleiner en matter van kleur, met een minder contrastrijke koptekening. De rug en vleugels zijn meer uniform bruin, de flankstrepen zijn fijner en minder scherp begrensd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels zijn doffer bruin met een meer uniforme borst en flanken. De streping op de flanken is zwakker ontwikkeld, en de koptekening is minder duidelijk. De snavel is lichtgrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, wat uitstekende camouflage biedt in rotsachtige berghellingen. De onderzijde is lichter beige tot wit. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 273
  • Tijdschrift 222
  • Tijdschrift 212