Vogel
Himalaya glansfazant
Himalaya glansfazant
Lophophorus impejanus
Log in om deze soort toe te voegenDe Himalaya glansfazant behoort tot het geslacht Lophophorus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze prachtige vogel leeft in de Himalaya-regio van Afghanistan, Pakistan, Nepal, India, Tibet en Bhutan. Het is de nationale vogel van Nepal en de staatvogel van Uttarakhand in India. Het dier bewoont temperate bossen van dennen en eiken, alsmede open graslanden en alpenweiden, op hoogtes van 2.400 tot 4.500 meter. In de winter daalt het af naar 2.000 meter. Het voedt zich voornamelijk met plantembronnen zoals knollen en bladeren, en insecten die in de sneeuw worden opgegraven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lophophorus
Ringmaat
Man 15.0 mm Vrouw 15.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage X
Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
- Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
- Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.
Man:
Het mannetje heeft een spectaculair iriserend verenkleed met metallic groen, blauw, koper, paars en goud afhankelijk van de lichtinval. De kop is glanzend groen met een lange, smalle kuif van metaalgroene veren. De rug en vleugels zijn koperrood tot kastanjebruin, de onderzijde is donkerblauw tot zwart. De staartveren zijn kastanjebruin met zwarte uiteinden. De snavel is hoornkleurig, de poten grijs tot vleeskleurig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk minder opvallend en heeft een bruin tot kastanjebruin verenkleed met fijne lichte en donkere vlekken voor camouflage in het bergbos. De keel is licht, vaak witachtig, en de borst en flanken zijn warmer bruin. De snavel is grijsachtig, de poten bruin tot vleeskleurig en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer en grijzer van kleur, met een meer uniforme borst en flanken. Jonge mannetjes ontwikkelen geleidelijk het iriserende verenkleed, beginnend met groen op de kop en nek.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere strepen over rug en kop, wat camouflage biedt in bergachtig terrein. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.