Maleise pauwfazant

Polyplectron malacense

Log in om deze soort toe te voegen

De Maleise pauwfazant behoort tot het geslacht Polyplectron binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort komt voor in laaglandbossen van het schiereiland Malakka, waar het leeft in natuurlijke bossen onder 300 meter hoogte. Hij heeft een roestbruin verenkleed met groene oogvlekken en vertoont een kuif. Het is een schuwe soort die zich voedt met insecten en zaden, mannetjes vertonen uitgebreide baltsgedragingen om vrouwtjes aan te trekken.

Maleise pauwfazant
Malay Peacock-Pheasant
Malaiischer Pfaufasan
Éperonnier de Malacca

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Polyplectron

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!

Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote pauwfazant van circa 50-55 cm lengte. Het verenkleed is rijk versierd met iriserende oogvlekken. De kop en hals zijn grijsbruin met fijne streping; de keel is vuilwit. De borst is grijs tot bruin met schubachtige tekening, terwijl de rug, vleugels en vooral de verlengde bovestaartdekveren voorzien zijn van opvallende, ronde, blauwgroen tot purper glanzende oogvlekken met zwarte rand. De staart is vrij lang, bruin met meerdere iriserende oogvlekken die in balts worden uitgespreid. Rond het oog bevindt zich een kale huidzone, blauwachtig van tint, contrasterend met de bruine kop. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten zijn vleeskleurig tot grijs en voorzien van meerdere sporen, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner en veel soberder gekleurd. Haar verenkleed is overwegend warmbruin tot kastanjebruin met fijne donkere bandering en lichte schubtekening. De borst en buik zijn lichter beige met donkere stipjes, de staart korter en uniformer bruin. De ooghuid is aanwezig maar valer en minder opvallend dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten zijn slanker en meestal zonder sporen, en de iris is bruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een bruin verenkleed dat fijne lichte en donkere vlekken en bandering toont. De borst en buik zijn beige met subtiele stippen, de staart is kort en zonder duidelijke oogvlekken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Pas na enkele maanden ontwikkelen jonge hanen de iriserende oogvlekken en langere staartveren.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, wat een doeltreffend camouflagepatroon vormt op de bosbodem. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het kenmerkende verschil in verenkleed tussen de geslachten wordt pas zichtbaar na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 195
  • Tijdschrift 263