Vogel
Lelkraanvogel
Lelkraanvogel
Grus carunculata
Log in om deze soort toe te voegenDe Lelkraanvogel behoort tot het geslacht Grus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).
De Lelkraanvogel is een grote vogelsoort die voornamelijk leeft in Afrika, ten zuiden van de Sahara. Het dier bewoont moerassige gebieden en weiden, waar het zich voedt met plantaardig materiaal en kleine dieren. De habitat bestaat uit ondiepe moerassen met sedge-vegetatie. De vogel is de grootste kraanvogel in Afrika en de op één na grootste ter wereld. Zowel mannetjes als vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, hoewel mannetjes gemiddeld groter zijn.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Kraanvogels (Gruidae)
- Bird Genus
- Grus
Ringmaat
Man 22.0 mm Vrouw 22.0 mmWelzijnsadviezen
Kraanvogels
Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.
- Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
- Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
- Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
- Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
- Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!
Man:
Het mannetje heeft een overwegend lichtgrijs tot zilvergrijs verenkleed over het lichaam, met zwarte vleugeltoppen en zwarte staartveren. De kop is zwart met een witte wangpartij en een opvallende rode huidplooi (carunkel) die vanaf de keel naar beneden hangt. De snavel is lang, recht en grijsachtig van kleur. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in wetlands en graslanden te waden. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijs-zwart verenkleed en de karakteristieke rode carunkel. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en bruiner. De witte wangpartij is minder duidelijk en de rode carunkel is nog niet ontwikkeld. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen grijs verenkleed zich volledig en verschijnt de karakteristieke witte wangpartij met rode carunkel.