Vogel
Parelkwartel
Parelkwartel
Margaroperdix madagarensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Parelkwartel (synoniem: Madagascarpatrijs) behoort tot het geslacht Margaroperdix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De madagaskarpatrijs is een vogel die endemisch is in Madagaskar en ge�ntroduceerd is in R�union. Hij leeft voornamelijk in subtropische en tropische vochtige laagland- en montane bossen. De vogel is niet migrerend en heeft een voorspelbaar gedrag. Hij is ongeveer 26-30 cm groot en heeft een kenmerkende rode bruine kroon met witte strepen omrand door zwart.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Margaroperdix
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
De mannetjes zijn overwegend bruin met een opvallende zwarte tekening op de borst en flanken. Ze hebben een korte, stevige snavel en een witte keelvlek.
Vrouw:
De vrouwtjes zijn minder opvallend gekleurd dan de mannetjes, met een meer uniforme bruine kleur en minder uitgesproken tekening. Ze hebben ook een witte keelvlek, maar deze is minder prominent.
Juveniel:
De juvenielen lijken op de vrouwtjes, maar hebben een nog minder uitgesproken tekening en een meer uniforme bruine kleur. Hun snavel is ook minder stevig dan die van de volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met een donzige, bruine vacht die hen helpt camoufleren in hun omgeving. Ze hebben een kleine, delicate snavel en zijn afhankelijk van hun ouders voor voedsel en bescherming.