Vogel
Perzische zandpatrijs
Perzische zandpatrijs
Ammoperdix griseogularis
Log in om deze soort toe te voegenDe Perzische zandpatrijs (synoniem: Perzische woestijnpatrijs, Seesee patrijs) behoort tot het geslacht Ammoperdix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De See-see Patrijs is een klein, robuust vogeltje dat voornamelijk voorkomt in droge, open en heuvelachtige gebieden van Zuidoost-Turkije, Syri�, Irak, Iran en Pakistan. Ze leven vaak in kleine groepen en vluchten meestal te voet, maar vliegen korte stukken als het nodig is. Hun dieet bestaat uit zaden en insecten. De See-see Patrijs is een grondnestende soort die een eenvoudige nestkuil aanlegt waarin ze 8 tot 16 eieren leggen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Ammoperdix
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een kleine woestijnpatrijs van circa 22�25 cm lengte. De kop is lichtgrijs met een subtiele witte wenkbrauwstreep en een fijne donkere oogstreep. De keel is grijs, duidelijk contrasterend met de kastanjebruine borstband die zich naar de flanken uitstrekt. De buik is vuilwit tot beige. De rug en vleugels zijn zandbruin met fijne donkere vlekjes en bandering, wat uitstekende camouflage biedt in steppe- en woestijngebieden. De staart is kort, bruin met lichte dwarsbandjes. De snavel is kort en oranjerood, de poten zijn eveneens oranjerood, en de iris is geel tot oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en doffer gekleurd. De keel is lichter grijs tot beige en de kastanjebruine borstband ontbreekt of is slechts vaag ontwikkeld. Het verenkleed is overwegend zand- tot bruinachtig grijs met een fijn, gelijkmatig patroon. De snavel en poten zijn identiek van kleur aan die van het mannetje, maar vaak valer, en de iris is bruingeel.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler zandbruin met fijne donkere vlekjes en missen de contrasterende keel en borstband. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige zonder duidelijke tekening. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris zeer donker. Pas met de eerste rui ontwikkelen zich de grijze keel en, bij mannetjes, de kastanjebruine borstband.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een effectief camouflagepatroon in hun droge leefgebied. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Het volwassen kleurpatroon verschijnt pas na de eerste rui.