Galapagosduif

Zenaida galapagoensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Galapagosduif behoort tot het geslacht Zenaida uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze duifsoort is endemisch op de Galapagoseilanden, waar hij voornamelijk voorkomt in rotsachtige laaglanden met verspreide bomen, struiken en cactussen. Ze zijn aanpasbaar en verblijven vaak op de grond, waar ze zoeken naar zaden en kleine ongewervelden. Hun gedrag is meestal rustig en ze vertonen sterke paringsbanden.

Galapagosduif
Galapagos Dove
Galápagostaube
Tourterelle des Galapagos

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Zenaida

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 20-23 cm lengte, met een compact postuur en een relatief korte, afgeronde staart. Het verenkleed is overwegend roodbruin tot kastanjebruin op kop, borst en rug, met een lichtere, grijsachtig beige buik. De vleugels zijn donkerbruin met een kleine, maar opvallende, iriserende vlek die blauwgroen kan glanzen. De staartpennen zijn donker met lichtere uiteinden, maar zonder de brede, witte eindband die bij sommige verwante soorten zichtbaar is. De snavel is zwart, de poten zijn rood en de iris is oranjebruin tot roodachtig, vaak met een smalle, bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is sterk gelijkend op het mannetje maar gemiddeld iets kleiner en valer van kleur. De roodbruine borst is minder intens, en de iriserende vlek op de vleugel is zwakker of nauwelijks zichtbaar. De iris is vaak bruiner van tint.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en donkerder bruin, zonder de glanzende vleugelvlek en met een meer egaal gekleurde borst. De veren van rug en vleugels hebben lichte randjes, wat een geschubd effect geeft. De snavel is donkergrijs, de poten bleker rood en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is klein en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. Ze worden in de eerste weken gevoed met 'duivenmelk', waarna ze hun bruinige juveniele verenkleed ontwikkelen.