Vogel
Sonnerathoen
Sonnerathoen
Gallus sonneratii
Log in om deze soort toe te voegenDe Sonnerathoen (synoniem: Sonnerat's hoen) behoort tot het geslacht Gallus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De grijze junglehoen is een vogelsoort die voornamelijk in het Indische schiereiland voorkomt, met uitlopers naar Gujarat, Madhya Pradesh en zuidelijk Rajasthan. Ze zijn te vinden in dichte bossen, open graslanden en aan de randen van vochtige bossen. Deze vogels zijn dagactief en brengen de meeste tijd door op de grond, waar ze in kleine groepen naar voedsel zoeken. Ze zijn bekend om hun karakteristieke roepen, vooral rond zonsopgang en zonsondergang, en vliegen naar bomen om zich te verstoppen voor roofdieren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Gallus
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!
Man:
Het mannetje is een middelgrote hoenderachtige van circa 70-80 cm lengte. De kop draagt een grote, rood vleeskleurige kam met afgeronde punten en opvallende rode lellen. De hals is voorzien van lange, goudgele tot oranjegele veren met een grijsachtige ondertoon en donkere randen, waardoor een geschubd effect ontstaat. De borst en rug zijn glanzend zwart met een groene weerschijn, terwijl de vleugels kastanjebruin tot donkerbruin zijn. De flanken zijn zwart met een blauwgroene metallic glans. De staart is lang, zwartgroen en bestaat uit sierlijke sikkelvormige veren. De snavel is hoornkleurig tot geelachtig, de poten zijn leigrijs en voorzien van sterke sporen, en de iris is roodbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel kleiner (ca. 38-42 cm) en onopvallend gekleurd. Het verenkleed is overwegend bruin tot kastanjebruin met donkere en lichtere schubjes en fijne bandering, ideaal voor camouflage tijdens het broeden. De borst en buik zijn lichter, vuilwit tot beige met bruine vlekjes. De kam en lellen zijn klein en dof rood. De snavel is grijsbruin, de poten zijn grijs zonder sporen, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn egaler bruin met minder contrasterende tekening. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige met subtiele stipjes. De kam en lellen zijn nauwelijks ontwikkeld. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijs, en de iris zeer donker. Bij jonge hanen ontwikkelen zich tijdens de eerste rui de langere halsveren, de glanzend zwarte borst en de opvallende kam.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geel dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een uitstekend camouflagepatroon in grasrijke en bosrijke habitats. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.