Steenpatrijs (Europese)

Alectoris graeca

Log in om deze soort toe te voegen

De Steenpatrijs (Europese) (synoniem: Europese steenpatrijs) behoort tot het geslacht Alectoris binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort komt voor in Zuid-Europa, voornamelijk op rotsachtige, droge en open heuvelachtige terreinen tot op hoogtes van 3000 meter. Hij leeft het hele jaar op dezelfde plek en wordt gekenmerkt door zijn voorkeur voor rennen boven vliegen. De vogel voedt zich met zaden en insecten en broedt op de grond, waarbij het nest in een ondiepe kuil wordt gemaakt.

Steenpatrijs (Europese)
Rock Partridge
Steinhuhn
Perdrix bartavelle

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Alectoris

Ringmaat

Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is een middelgrote patrijs van circa 32�35 cm lengte. De kop is grijs met een kastanjebruine kruin en een contrastrijke koptekening: een witte keel wordt scherp omlijst door een brede zwarte band die via de wangen en oogstreep naar de nek doorloopt. De borst is lichtgrijs, de buik vuilwit tot beige. De flanken zijn opvallend getekend met brede kastanjebruine, zwarte en witte strepen. Rug en vleugels zijn grijsbruin met kastanjebruine en zandkleurige tinten, terwijl de staart kort en kastanjebruin is. De snavel is rood, de poten zijn rood en voorzien van een spoor, en de iris is roodbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De keelband is vaak smaller of minder scherp begrensd. De snavel en poten zijn eveneens rood, maar vaak iets valer, en de iris is bruinrood.

Juveniel:
Juvenielen zijn meer uniform zandbruin en missen de uitgesproken kop- en keelbandtekening. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met kleine donkere stipjes, de flanken slechts zwak gebandeerd. De rug is zandkleurig met lichte veerranden. De snavel is grijs tot hoornkleurig, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris zeer donker. Tijdens de eerste rui verschijnen de rode poten en snavel, evenals de kenmerkende kop- en flanktekening.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met brede donkere lengtestrepen over rug en kop, een uitstekend camouflagepatroon in hun bergachtige leefgebied. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. De karakteristieke kop- en flanktekening ontwikkelt zich pas na de eerste rui.