Vogel
Geelpootgroeneduif
Geelpootgroeneduif
Treron phoenicopterus
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelpootgroeneduif behoort tot het geslacht Treron uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleurrijke vogel komt voor van India tot Zuidoost-Azië en leeft vooral in bossen en stedelijke groenvoorzieningen. Hij voedt zich met vruchten, vaak in groepen, en rust graag in hoge bomen waar hij vaak in paren zit. Zijn gedrag is rustig en hij staat bekend om het zonnen in de ochtend.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Treron
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, compacte vruchtenetende duif van circa 29-33 cm lengte. De kop, nek en borst zijn zacht grijsachtig tot lichtblauwgrijs, terwijl de buik en onderstaart fel geel gekleurd zijn. De rug en vleugels zijn helder groen, met opvallende kastanjebruine vleugeldekveren die een diagnostisch kenmerk vormen. De schouderveren zijn vaak meer olijfkleurig. De staart is middellang, donkergrijs met een brede, lichtere eindband. De snavel is lichtblauw tot grijsgroen met een bleke punt, de poten zijn rood en de iris oranjerood, omgeven door een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje mist de kastanjebruine vleugeldekveren en is overwegend egaal groen. De borst en buik zijn geelgroen in plaats van contrasterend grijs en felgeel. De onderstaart is geel maar minder intens. De iris en poten zijn vergelijkbaar met die van het mannetje, maar de oogring is valer.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn doffer groen en vertonen lichte veerranden op rug en vleugels, wat een geschubd patroon oplevert. De buik is geliggroen in plaats van helder geel. De snavel is grijsgroen, de poten bleker rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden uit het ei geboren met een dun, grijsachtig dons. De snavel is klein en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten. In de eerste weken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze hun bruinige juveniele kleed ontwikkelen.