Aalscholver

Phalacrocorax carbo

Log in om deze soort toe te voegen

De Aalscholver behoort tot het geslacht Phalacrocorax binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phalacrocoracidae).

Deze grote, zwart gekleurde vogel is een veelvoorkomende verschijning langs kusten, rivieren, meren en soms zelfs in stedelijke gebieden. Hij leeft vooral in kolonies en broedt op rotsen, bomen of kunstmatige structuren. Zijn dieet bestaat hoofdzakelijk uit vis, die hij onder water vangt door te duiken. Vaak ziet men hem met uitgespreide vleugels zitten om zijn veren te drogen. Hij is actief overdag en zoekt meestal alleen of in groepen naar voedsel, maar broedt en rust vooral in grotere groepen.

Aalscholver
Great Cormorant
Kormoran
Grand Cormoran

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Phalacrocorax

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn vaak donkerder met een lichte, witte vlek achter het oog. De borst en buik zijn iets doffer, met een subtiele bruine tint. De vleugels tonen een contrasterende, lichtere rand aan de dekveren. De snavel is lang en haakvormig, met een geelachtige basis. De poten zijn zwart en stevig, met zwemvliezen tussen de tenen. De iris is helder groen, wat een opvallend contrast vormt met de donkere kop.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn donker, met een minder uitgesproken witte vlek achter het oog. De borst en buik zijn dofbruin, met een subtiele grijze tint. De vleugels hebben een lichtere rand, maar minder contrasterend dan bij de man. De snavel is iets korter en heeft een gelige basis. De poten zijn zwart, met een robuuste structuur. De iris is groen, maar iets minder helder dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een lichtere buik en borst. De kop en nek zijn donkerbruin, zonder de witte vlek van de volwassenen. De vleugels hebben een lichte rand, maar zijn overwegend egaal bruin. De snavel is korter en grijzer, met een gele basis. De poten zijn donkergrijs, met minder ontwikkelde zwemvliezen. De iris is donkerbruin, wat minder opvalt dan bij volwassenen. De algehele uitstraling is minder glanzend en meer mat.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgeel van kleur.