Vogel
Afrikaans purperhoen
Afrikaans purperhoen
Porphyrio alleni
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaans purperhoen (synoniem: Allen's waterhoentje) behoort tot het geslacht Porphyrio binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze purperblauwe watervogel met donkerrode snavel en poten behoort tot de rallen en komt voor ten zuiden van de Sahara, op Madagaskar, de Comoren en Mauritius, maar ontbreekt in het zuidwesten van Afrika. Hij leeft vooral in draslanden zoals plassen en moerassen, waar hij tussen dichte oevervegetatie naar voedsel zoekt, dat vaak uit waterplanten, ongewervelden en zaden bestaat. Deze schuwe soort is doorgaans solitair of in paartjes te vinden, is wendbaar in het water en bouwt zijn nest in de vegetatie dichtbij het wateroppervlak.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Porphyrio
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (1,0–5,0 m² per paar, maximaal 0,5–1,0 m diep) en dichte oeverbegroeiing (bijvoorbeeld riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar bij grotere soorten (kleine ralletjes kunnen in kleinere volières worden gehouden worden); drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: veel soorten goed koude tolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen. Enkele tropische soorten hebben de beschikking nodig over een vorstvrij nachtverblijf of dienen zelfs binnen opgesloten te worden.
- Sociaal: de meeste rallen en koeten worden gehouden in paren; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven zijn wenselijk; een rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer (bijv. floating); aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweekperiode extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: hebben behoefte aan goede waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken; scherpe oeverranden en drijfafval vermijden.
Let op: Als ingelogd lid kunt u hieronder meer informatie vinden.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Verder lezen? Word lid van Aviornis
Man:
De man heeft een glanzend blauw verenkleed met een groene tint op de rug. De vleugels zijn donkerder met een subtiele paarse glans. De kop en nek zijn intens blauw, contrasterend met de lichtere borst. De buik is diepblauw, zonder zichtbare vlekken of bandering. De snavel is felrood met een gele punt, opvallend tegen de blauwe kop. De poten zijn roze met een gladde textuur. De iris is rood, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere glans. De rug en vleugels vertonen minder groene tinten en zijn meer egaal blauw. De borst en buik zijn iets lichter blauw, met een subtiele overgang naar de nek. De snavel is rood, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn lichtroze, met een iets ruwere structuur. De iris is rood, met een nauwelijks zichtbare oogring. De kop is iets kleiner in verhouding tot het lichaam.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine tint op de rug en vleugels. De kop en nek zijn grijsbruin, met een vage blauwe zweem. De borst en buik zijn lichter bruin, zonder duidelijke glans. De snavel is bleekrood, met een gele basis die minder opvallend is. De poten zijn grijsroze, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De verhoudingen van kop en lichaam zijn vergelijkbaar met die van volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, zwart verenkleed zonder glans. De snavel is lichtgeel, met een zachte textuur.