Vogel
Afrikaanse gaper
Afrikaanse gaper
Anastomus lamelligerus
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse gaper behoort tot het geslacht Anastomus uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).
De Afrikaanse gaper is een vogelsoort die wijdverspreid voorkomt in Sub-Sahara Afrika en westelijk Madagascar. Ze bewonen voornamelijk grote zoetwaterwetlands met nabijgelegen hoge bomen of struiken voor nesten. Deze vogels kennen een specifiek voedingspatroon, waarbij ze zich voornamelijk voeden met waterslakken. Ze zijn over het algemeen niet bedreigd, maar hun habitat en reproductiesucces kunnen gevoelig zijn voor menselijke activiteiten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
- Bird Family
- Ooievaars (Ciconiidae)
- Bird Genus
- Anastomus
Ringmaat
Man 15.0 mm Vrouw 15.0 mmWelzijnsadviezen
Ooievaars
Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
- Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkergrijs tot zwart verenkleed met een lichte glans op rug en vleugels. De kop en nek zijn bedekt met dezelfde donkere veren, en de snavel is lang, licht gebogen en kenmerkend gespleten, geschikt voor het vangen van slakken. De poten zijn zwart en lang, geschikt voor waden in ondiep water. De iris is geelachtig tot oranje.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde donkergrijze tot zwarte verenkleed en gespleten snavel. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruinachtig grijs. De snavel is korter, minder diep gespleten en donkergrijs. De poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen donkergrijs verenkleed zich volledig en verschijnt de karakteristieke gespleten snavel.