Vogel
Afrikaanse groeneduif
Afrikaanse groeneduif
Treron calvus
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse groeneduif behoort tot het geslacht Treron uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleurrijke duif komt voor in delen van sub-Sahara Afrika, van Senegal tot Zuidelijk Afrika, en leeft vooral in rivierbossen, savannes en houtlanden met veel fruitbomen. Het is een boomlevende vogel die zich behendig als een papegaai tussen takken beweegt en vooral vruchten zoals vijgen eet. Voortplanting bestaat uit fragiele nesten met 1 of 2 eieren, die ongeveer 13 dagen worden bebroed. Ze zijn meestal sedentair, maar verplaatsen zich lokaal op zoek naar voedsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Treron
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend groen verenkleed, dat goed camoufleert in het bladerdak. De kop en borst zijn geelachtig groen, met een grijzige tint op de kruin. De vleugels hebben donkere slagpennen met felgele en groene accenten op de dekveren. De buik is lichter groen met soms een gelige zweem. De staart is kort en afgerond, met grijs aan de onderzijde en groen aan de bovenzijde. De snavel is bleek blauwachtig met een lichtere punt, de poten zijn paarsrood en de iris is geel.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar de kleuren zijn doorgaans iets valer en minder glanzend. Het geel op de borst en vleugelveren is minder uitgesproken. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels hebben een doffer verenkleed met meer bruinige en grijsgroene tinten. De vleugelaccenten zijn minder fel en de buik is grijsgroen zonder opvallend geel. De snavel is grijzer, de poten minder intens rood en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met dun, geelachtig dons. De snavel is kort en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donkergrijs. Bij het uitvliegen ontbreekt nog het volle groene verenkleed; dat ontwikkelt zich pas in de eerste maanden.