Vogel
Afrikaanse oehoe
Afrikaanse oehoe
Bubo africanus
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse oehoe (synoniem: Afrikaanse vlekkenoehoe) behoort tot het geslacht Bubo binnen de familie van Uilen (Strigidae).
Deze oehoe komt wijdverspreid voor in Sub-Saharisch Afrika en het Arabisch Schiereiland, waar hij vooral te vinden is in droge, rotsachtige gebieden, savannes en lichte bossen. Hij vermijdt dichte bossen en woestijnen, maar past zich goed aan aan stedelijke omgevingen en tuinen. De vogel is meestal eenzijdig, maar leeft soms in paren en is vooral �s nachts actief. Hij voedt zich met insecten, kleine zoogdieren, vogels en soms reptielen. Kenmerkend is zijn luide roep en zijn vermogen om zich te verdedigen door met gespreide vleugels te intimideren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Uilen (Strigiformes)
- Bird Family
- Echte uilen (Strigidae)
- Bird Genus
- Bubo
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne, donkere vlekken. De kop is rond met opvallende oorpluimen. De borst is lichter met een subtiele bandering die naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn donkerder met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn bedekt met fijne veren, eindigend in scherpe klauwen. De ogen zijn groot en geel, omringd door een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar is iets bleker van tint. De oorpluimen zijn minder prominent, wat een zachtere uitstraling geeft. De borst heeft een meer uitgesproken bandering, die duidelijker afsteekt tegen de lichtere buik. De vleugels vertonen een subtiele glans, vooral bij goed licht. De snavel is iets langer en heeft een donkerdere wasachtige basis. De poten zijn stevig en lichtgrijs, met een fijne schubstructuur. De ogen zijn felgeel, met een iets bredere oogring dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met een vage, donkere vlekkenpatroon. De kop is minder rond en de oorpluimen zijn nauwelijks zichtbaar. De borst is egaal lichtbruin zonder duidelijke bandering. De vleugels zijn korter en hebben een matte uitstraling. De snavel is kleiner en lichter van kleur, met een nauwelijks zichtbare was. De poten zijn dunner en lichtgeel, met nog niet volledig ontwikkelde klauwen. De ogen zijn dofgeel, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. De ogen zijn gesloten en de snavel is bleek.