Vogel
Afrikaanse Zwarte eend
Afrikaanse Zwarte eend
Anas sparsa
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse Zwarte eend (Synoniem: Afrikaanse black duck) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze middelgrote eend leeft vooral in snelstromende rivieren en beken in Sub-Saharisch Afrika, van Zuid-Afrika tot Soedan en Nigeria. Ze zijn territoriaal en doorgaans te vinden in paren of kleine groepen. Overdag foerageren ze vooral op larven, kleine vissen en andere waterdieren. De nesten met 4 tot 8 eieren worden dicht bij stromend water gebouwd, altijd boven het overstromingsniveau. De verzorging van de jongen is uitsluitend voor de alleen broedende moeder.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin gespikkeld verenkleed over rug, borst en flanken. De borst is donkerbruin met lichtere vlekken, terwijl de buik lichter bruin tot beige is. De kop is donkerbruin met een subtiele lichte streep achter het oog. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten oranjeachtig en de iris donkerbruin. Tijdens de vlucht zijn de vleugels bruin met lichtere dekveren zichtbaar, zonder opvallende glans of vleugelband.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is iets matter van kleur en de vlekken op de borst en flanken zijn minder contrastrijk. De snavel en poten zijn gelijk aan die van het mannetje, de iris donkerder.
Juveniel:
Jonge vogels hebben een doffer, egaal bruin verenkleed zonder de uitgesproken vlekken van volwassen vogels. De borst en buik zijn egaal lichtbruin en de vleugels missen contrasterende patronen. De snavel is lichter grijs, de poten doffer oranje en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, lichtbruin dons met een lichtere onderzijde. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker. Het volwassen verenkleed ontwikkelt zich geleidelijk, waarbij de bruine gespikkelde patronen pas later zichtbaar worden.