Vogel
Alpensneeuwhoen
Alpensneeuwhoen
Lagopus muta
Log in om deze soort toe te voegenDe Alpensneeuwhoen (synoniem: Lagopus muticus of Lagopus mutus) behoort tot het geslacht Lagopus binnen de familie van Sterns (Phasianidae).
Deze vogel leeft in bergachtige en toendra-achtige gebieden in Noord-Europa, Canada, Alaska en Siberië. Hij houdt van open, rotsachtige terreinen met lage begroeiing. In de winter wisselt hij van leefgebied en kleed hij zich winters wit voor camouflage. Mannelijke vogels verdedigen in het voorjaar hun territorium met opvallende vliegshows en roepgeluiden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lagopus
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Verder lezen? Word lid van Aviornis
Man:
In de winter is het verenkleed van de man volledig wit, behalve de zwarte staartveren. In de zomer heeft hij een bruin verenkleed met fijne zwarte en witte strepen. De kop en nek zijn donkerder, met een lichte oogstreep. De borst is vaak iets lichter dan de rug, met een subtiele glans. De vleugels zijn wit, wat contrasteert met de donkere rug. De snavel is kort en zwart, met een lichte was. De poten zijn bedekt met witte veren, wat ze een pluizig uiterlijk geeft.
Vrouw:
De vrouwtjes hebben in de winter een volledig wit verenkleed, vergelijkbaar met de mannetjes. In de zomer is hun verenkleed bruin met een meer uitgesproken zwarte bandering. De kop en nek zijn iets lichter dan de rest van het lichaam. De borst heeft een warme bruine tint met subtiele vlekken. De vleugels zijn wit, wat een sterk contrast vormt met de rest van het lichaam. De snavel is kort en zwart, zonder opvallende was. De poten zijn bedekt met dichte, witte veren.
Juveniel:
Juvenielen hebben een verenkleed dat lijkt op dat van de volwassen vrouwtjes in de zomer. Hun veren zijn bruin met een fijne zwarte bandering en lichte vlekken. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele oogstreep. De borst is bruin met een lichte glans en fijne vlekken. De vleugels zijn wit, wat contrasteert met de donkere rug. De snavel is kort en zwart, zonder was. De poten zijn bedekt met zachte, witte veren.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een geelbruin dons met donkere vlekken. Hun poten zijn al bedekt met dons.