Amerikaanse blauwe reiger

Ardea herodias

Log in om deze soort toe te voegen

De Amerikaanse blauwe reiger (synoniem: Grote blauwe reiger) behoort tot het geslacht Ardea binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

Deze statige reiger leeft verspreid over Noord- en Midden-Amerika en broedt in waterrijke gebieden zoals moerassen, rivieroever en kustzones. Hij jaagt met geduldige, langzame bewegingen op vissen en kleine dieren in ondiep water. Vaak nestelt hij solitair of in kolonies hoog in bomen nabij het water.

Amerikaanse blauwe reiger
Great Blue Heron
Kanadareiher
Grand H�ron

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Ardea

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend blauwgrijs verenkleed met een zilverachtige glans. De kop is wit met een zwarte streep die van het oog naar de achterkant van de kop loopt. De nek is lang en slank, met een subtiele roodbruine tint aan de zijkanten. De borst is wit met een lichte grijze bandering, terwijl de buik een effen grijze kleur heeft. De vleugels zijn donkerder grijs met een lichte rand aan de dekveren. De snavel is lang en dolkvormig, met een geelachtige kleur die naar de punt toe donkerder wordt. De poten zijn donkergrijs met een licht ruwe textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar blauwgrijs verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop heeft dezelfde witte en zwarte markeringen, maar de zwarte streep is vaak minder uitgesproken. De nek toont een iets minder intense roodbruine tint. De borst en buik zijn vergelijkbaar met die van de man, maar de grijze bandering is subtieler. De vleugels hebben dezelfde donkere grijze kleur, maar de lichte randen zijn minder prominent. De snavel is iets korter en heeft een meer uniforme gele kleur. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijsbruin verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop is minder contrastrijk, met een vaagere zwarte streep. De nek is korter en heeft een meer uniforme bruine kleur. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige bandering. De vleugels zijn donkerbruin met versleten randen aan de dekveren. De snavel is korter en heeft een grijsachtige tint met een lichtere basis. De poten zijn lichter grijs en hebben een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed met een witte onderzijde. De snavel is kort en geelachtig.