Vogel
Amerikaanse fregatvogel
Amerikaanse fregatvogel
Fregata magnificens
Log in om deze soort toe te voegenDe Amerikaanse fregatvogel behoort tot het geslacht Fregata binnen de familie van Emoe's (Fregatidae).
Deze grote zeevogel komt voor langs tropische en subtropische kusten van Amerika, van Mexico tot Brazili�, inclusief de eilanden in het Caribisch gebied en de Gal�pagos. Ze nestelen in mangroves en lage struiken op kleine eilanden. Ze zijn uitstekende vliegers die vis en inktvis vangen, vaak door voedsel te stelen van andere zeevogels. Hun donsveren zijn niet waterdicht, waardoor ze nooit op het water landen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Fregatvogels (Fregatidae)
- Bird Genus
- Fregata
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Fregatvogels
Fregatvogels zijn grote zeevogels met lange vleugels, een gevorkte staart en een buitengewoon vermogen om te zweven. Ze brengen het grootste deel van hun leven vliegend door boven tropische oceanen. In de avicultuur vragen zij om zeer ruime, hoge volières, veel luchtcirculatie en beschutte zitplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruime volière of vliegkooi (≥ 100 m², 8–10 m hoog) met droge lucht en goede ventilatie; lange zitstangen of touwen op verschillende hoogten; geen zwemwater nodig, wel ondiepe bad- en drinkbakken.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C; droog en tochtvrij verblijf met luchtvochtigheid 50–60%; verwarmd binnenverblijf in koelere klimaten.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte; tijdens broedperiode aparte nestplekken of platformen op hoogte.
- Voeding: vis (sprot, haring, sardine) en weekdieren; aanvullen met vitamines en mineralen bij diepvriesvoer; voeren op droge platformen; altijd vers drinkwater.
- Overig: zeer grote vleugelspanwijdte vereist obstakelvrije ruimte; scherpe randen vermijden; veilige toegangspunten voor verzorgers voorzien.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een iriserende groene of paarse glans. De keelzak is felrood en opgeblazen tijdens de baltsperiode. De vleugels zijn lang en smal met een scherpe punt. De staart is diep gevorkt en zwart van kleur. De snavel is grijs met een haakvormige punt. De poten zijn kort en zwart, met een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een subtiele, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend zwart verenkleed met een witte borst en buik. De vleugels zijn lang en smal, met een minder uitgesproken glans dan bij de man. De keelzak is kleiner en minder opvallend, vaak bleekroze. De snavel is grijs en iets langer dan die van de man. De poten zijn zwart en kort, met een gladde structuur. De ogen zijn donker met een lichte oogring. De staart is diep gevorkt en zwart, maar minder uitgesproken dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met een witte kop en buik. De vleugels zijn lang en bruin met lichtere randen. De snavel is grijs en recht, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijs en kort, met een gladde textuur. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring. De staart is gevorkt, maar minder diep dan bij volwassen vogels. De nek is kort en bruin, met een lichtere onderzijde.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een witte donslaag. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm.