Andesflamingo

Phoenicoparrus andinus

Log in om deze soort toe te voegen

De Andesflamingo behoort tot het geslacht Phoenicoparrus binnen de familie van Flamingo's (Phoenicopteridae).

Deze flamingosoort komt voor in de hoge Andes, van zuidelijk Peru tot noordwestelijk Argentinië en noordelijk Chili, waar hij vooral te vinden is in zoutmeren en hooggelegen wetlands. In de zomer broedt hij in grote, dicht opeengepakte kolonies op deze zoute vlaktes, maar tijdens de winter migreert een deel van de populatie naar lagere en warmere wateren in Argentinië en Peru om voedsel te vinden. De soort staat bekend als sociaal, leeft in grote groepen, soms samen met andere flamingosoorten, en voedt zich voornamelijk met algen en kleine ongewervelden die hij uit het water filtert. Door zijn specifieke leefgebied en trekgedrag is deze vogel zeer gevoelig voor veranderingen in waterkwaliteit en habitatverlies, wat zijn voortbestaan bedreigt.

Andesflamingo
Andean Flamingo
Andenflamingo
Flamant des Andes

Taxonomische indeling

Bird Order
Flamingo's (Phoenicopteriformes)
Bird Family
Flamingo's (Phoenicopteridae)
Bird Genus
Phoenicoparrus

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Flamingo's

Flamingo’s zijn koloniebroedende watervogels die in ondiepe meren, lagunes en zoutmoerassen leven. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime water- en landzones, groepshuisvesting, en mogelijkheden om natuurlijk broedgedrag te vertonen. Om de Flamingo's op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen welzijnsrichtlijnen.

  • Huisvesting: buitenverblijf met ondiep water (20–50 cm diep) en zand- of kleibodem; ± 100 m² per 10–15 vogels; zachte oever en binnenverblijf van 2–3 m² per vogel bij kou (>10 °C).
  • Klimaat: redelijk koudetolerant; beschutting bij vorst of regen; tropische soorten vorstvrij en verwarmd in winter; schaduw en schoon water in zomer.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting met ≥ 10 dieren; nestplaatsen van klei/modder nabij water; rustig, ruim verblijf bevordert broedgedrag.
  • Voeding: flamingovoer of watervogelvoer met carotenoïden; aanvullen met algen, schaaldieren, garnalen en plantaardig materiaal; altijd schoon, ondiep water.
  • Overig: goede waterkwaliteit door verversing of doorstroming; eilanden of zandbanken als rust- en broedplaatsen; hygiënische omstandigheden ter preventie van pootproblemen.
Huisvestingsrichtlijnen flamingos

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een opvallend roze verenkleed met een lichte glans. De kop is iets donkerder dan de nek. De borst en buik zijn egaal roze zonder vlekken. De vleugels hebben zwarte uiteinden die sterk contrasteren met de rest. De snavel is geel met een zwarte punt, recht en stevig. De poten zijn grijsblauw en slank. De iris is geel met een subtiele oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffer roze verenkleed dan de man. De kop en nek tonen een subtiele grijstint. De borst en buik zijn lichtroze met een matte afwerking. De vleugels hebben ook zwarte uiteinden, maar minder scherp afgetekend. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets slanker. De poten zijn eveneens grijsblauw, maar iets korter. De iris is geel, omringd door een bleke oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een grijsachtig verenkleed met een roze zweem. De kop en nek zijn donkerder grijs dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn lichtgrijs met een vage roze tint. De vleugels zijn grijs met donkere uiteinden, minder contrasterend dan bij volwassenen. De snavel is grijsgeel en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn grijs en minder opvallend gekleurd. De iris is donkerder dan bij volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.