Antarctische aalscholver

Leucocarbo atriceps bransfieldensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Antarctische aalscholver behoort tot het geslacht Leucocarbo binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

Deze aalscholver komt voor op de Zuidelijke Shetlandeilanden en Antarctica, waar hij leeft in rotsachtige kustgebieden. Hij voedt zich vooral met vis en schaaldieren en broedt in nesten van zeewier en guano op kliffen. De jongen worden door beide ouders verzorgd tot ze zelfstandig zijn.

Antarctische aalscholver
Imperial Shag (bransfieldensis)
0
Cormoran imp�rial (bransfieldensis)

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Leucocarbo

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed op de rug en vleugels. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt. De kop is diepzwart met een subtiele groene glans. De snavel is stevig en geel met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn roze met een lichte schubachtige textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een smalle, blauwe oogring. De nek is kort en krachtig, wat de robuuste uitstraling versterkt.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere glans. De witte borst en buik zijn minder helder, met een grijze tint. De kop is zwart, maar mist de groene glans die bij de man aanwezig is. De snavel is iets slanker en heeft een blekere gele kleur. De poten zijn eveneens roze, maar met een fijnere structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele blauwe oogring. De nek is iets langer, wat een elegantere uitstraling geeft.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken. De kop is donkerbruin, zonder de glans van volwassen vogels. De snavel is grijsachtig en recht, zonder kromming. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is lichtbruin, zonder opvallende oogring. De nek is slank en minder gespierd dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijs verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs en zacht.