Vogel
Arabische steenpatrijs
Arabische steenpatrijs
Alectoris melanocephala
Log in om deze soort toe te voegenDe Arabische steenpatrijs (synoniem: Arabische Zwartkopsteenpatrijs) behoort tot het geslacht Alectoris binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze grondbewonende vogel komt voor in het zuiden van het Arabisch Schiereiland, vooral in struikrijke, rotsachtige gebieden en grashellingen tot ongeveer 1400 meter hoogte. Hij voedt zich met zaden, planten en kleine ongewervelden en leeft vaak in kleine groepjes. Het broedseizoen begint in maart, waarbij het nest op de grond wordt gemaakt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Alectoris
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een grijsbruin verenkleed op rug en vleugels met fijne donkere strepen. De borst is lichtgrijs met subtiele streping, de buik lichter beige tot wit. De flanken vertonen zwart-witte strepen die contrasteren met de rest van het lichaam. De kop is kenmerkend: zwart op de kruin en keel, omlijst door witte wangstrepen. De snavel is roodachtig, de poten oranje-rood en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets matter van kleur en heeft minder uitgesproken strepen op flanken en borst. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een doffer bruin-grijs verenkleed met minder duidelijke kop- en flankeertekening. De snavel is lichtrood tot oranje, de poten grijsachtig oranje en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met lichtbruin dons met donkere vlekken over rug en kop voor camouflage in rotsige en grasrijke habitats. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig tot vleeskleurig, de poten vleeskleurig en de iris donker.