Attwaters prairiehoen

Tympanuchus cupido attwateri

Log in om deze soort toe te voegen

De Attwaters prairiehoen (synoniem: Prairiehoen (attwateri)) behoort tot het geslacht Tympanuchus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze zeldzame vogel leeft voornamelijk in kustgraslanden van Texas en was vroeger ook in Louisiana te vinden. Hij gedraagt zich als een standvogel en heeft een opvallende balts waarbij het mannetje luchtzakken opblaast en gevederde oren toont. De soort voedt zich met gras, bloemen, zaden en insecten en is sterk bedreigd door verlies van leefgebied.

Attwaters prairiehoen
Greater Prairie-chicken (attwateri)
0
T�tras des prairies (attwateri)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Tympanuchus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een mix van bruine en witte tinten. De kop is donkerbruin met een lichte streep boven de ogen. De nek vertoont een rijke kastanjebruine kleur met een glanzende glans. De borst is lichtbruin met fijne, donkere strepen die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is kort en grijs, met een subtiele kromming. De poten zijn bleekgrijs met een ruwe textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met overwegend bruine en beige tinten. De kop is lichter dan die van de man, met een subtiele streep boven de ogen. De nek is matbruin zonder de glans die bij de man te zien is. De borst heeft een fijnere bandering van lichte en donkere tinten. De vleugels zijn gelijkmatig bruin met lichtere randen, wat een zachte uitstraling geeft. De snavel is iets langer en dunner dan die van de man, met een grijze kleur. De poten zijn lichtgrijs en gladder van structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed met minder uitgesproken patronen. De kop is egaal bruin zonder duidelijke strepen. De nek is lichtbruin en mist de glans van volwassen vogels. De borst is effen bruin met een subtiele, vage bandering. De vleugels zijn donkerbruin met lichte uiteinden, wat een versleten indruk geeft. De snavel is kort en grijs, vergelijkbaar met die van de volwassen vogels. De poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, donzige, lichtbruine vacht. Hun snavel en poten zijn lichtgrijs.