Auerhoen

Tetrao urogallus

Log in om deze soort toe te voegen

De Auerhoen (synoniem: Auerhaan) behoort tot het geslacht Tetrao binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogel leeft in uitgestrekte boreale naald- en gemengde bossen van Noord- en Midden-Europa tot Azië, vaak in gebieden met open plekken of heidevelden. Hij is aangepast aan koude klimaten en voedt zich met bessen, jonge takken en insecten. Tijdens de lente vertoont het mannetje een indrukwekkende balts om vrouwtjes te lokken.

Auerhoen
Western Capercaillie
Auerhuhn
Grand Tétras

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Tetrao

Ringmaat

Man 20.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Verder lezen? Word lid van Aviornis

Man:
De man heeft een donker verenkleed met een glanzende groene borst. De rug en vleugels zijn donkerbruin met lichte randen. De staart is breed en zwart met witte vlekken. De kop is donker met een opvallende rode oogring. De snavel is sterk en lichtgrijs van kleur. De poten zijn grijsachtig met stevige schubben. De buik is donker met een lichte bandering.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempt bruin verenkleed met fijne zwarte en witte bandering. De borst is lichtbruin met een subtiele glans. De rug en vleugels zijn donkerder met een versleten uiterlijk. De staart is korter en heeft een minder uitgesproken patroon. De kop is bruin met een minder opvallende oogring. De snavel is slanker en donkerder dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs met een fijnere structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage bandering. De borst is lichter met een matte uitstraling. De rug en vleugels zijn donkerder met een versleten rand. De staart is kort en heeft een onduidelijk patroon. De kop is bruin met een onopvallende oogring. De snavel is klein en donkergrijs. De poten zijn lichtbruin met een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de rug en kop.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 297