Vogel
Australische griel
Australische griel
Burhinus grallarius
Log in om deze soort toe te voegenDe Australische griel behoort tot het geslacht Burhinus binnen de familie van Goudsnippen (Burhinidae).
Deze middelgrote nachtvogel komt voor in open bossen en graslanden van Australi�. Hij heeft een bruingrijs verenkleed met donkere strepen, wat hem goed camoufleert tussen bladeren en gras. �s Nachts jaagt hij op insecten en kleine dieren, terwijl hij overdag stil en verborgen blijft. Zijn kenmerkende huilende roep is vooral in het donker te horen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Grielen (Burhinidae)
- Bird Genus
- Burhinus
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Grielen
Grielen zijn middelgrote, nachtactieve steltlopers die leven in droge, open landschappen met zandige bodems en lage vegetatie. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, overzichtelijke verblijven met droog substraat, beschutting en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: Ruim, droog buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per paar); enkele lage grassen, kruiden en stenen als dekking; open terrein met goed zicht; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog, tochtvrij en warmer dan 10 °C.
- Klimaat: Afkomstig uit warme, droge gebieden; temperatuur boven 10 °C; bij < 5 °C verwarmd binnenhok (10–15 °C); lage luchtvochtigheid en goede ventilatie; bescherming tegen regen en koude.
- Sociaal: Te houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal — daarom per koppel afzonderlijk; rustige, prikkelarme omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: Insectenrijk dieet met krekels, meelwormen, sprinkhanen en kevers; aanvullen met zachtvoer of universeelvoer en af en toe zaden of bessen; tijdens broedperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater in lage bak.
- Overig: Droge, goed drainerende bodem; dagelijks reinigen van voer- en drinkbakken; open zandzones voor nestkuiltjes; kuikens zijn nestvlieders; rustige ligging aanbevolen — nachtelijke roep kan luid zijn.
Man:
De man heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met subtiele grijsbruine strepen. De kop is lichtgrijs met een donkere oogstreep die scherp contrasteert. De nek is iets lichter dan de rug, met een zachte overgang naar de borst. De vleugels vertonen een patroon van donkere en lichte banden, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is recht en zwart met een lichte basis. De poten zijn lang en geelachtig, met een gladde textuur. De iris is geel, omringd door een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft iets minder uitgesproken strepen op de borst. De kop heeft dezelfde donkere oogstreep, maar de tinten zijn iets zachter. De vleugels hebben vergelijkbare bandering, maar de contrasten zijn minder scherp. De snavel is identiek aan die van de man, met een lichte basis. De poten zijn eveneens lang en geelachtig, met een vergelijkbare structuur. De iris is geel, met een subtiele, donkere oogring. De algehele indruk is iets minder contrastrijk dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met minder duidelijke strepen en banden. De kop is lichter, met een minder uitgesproken oogstreep. De borst en buik zijn egaler van kleur, zonder duidelijke patronen. De vleugels vertonen een vage bandering, minder contrastrijk dan bij volwassenen. De snavel is korter en lichter van kleur, met een grijze tint. De poten zijn bleekgeel en iets korter dan bij volwassen vogels. De iris is lichtgeel, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed met donkere vlekken. De poten zijn kort en bleekgeel.