Vogel
Aziatische bonte neushoornvogel
Aziatische bonte neushoornvogel
Anthracoceros albirostris
Log in om deze soort toe te voegenDe Aziatische bonte neushoornvogel (synoniem: Bonte neushoornvogel) behoort tot het geslacht Anthracoceros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).
De bonte neushoornvogel is een middelgrote vogel met een zwarte rug, nek en kop, en een witte buik. DezeRectTransform soort komt voor in India en Zuidoost-Azi�, waar ze subtropische en tropische regenwouden bewonen. Ze foerageren op fruit, insecten en kleine dieren. De vogels spelen een belangrijke rol in het bos als zaadverspreider.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Neushoornvogels (Bucerotidae)
- Bird Genus
- Anthracoceros
Ringmaat
Man 15.0 mm Vrouw 15.0 mmWelzijnsadviezen
Neushoornvogels
Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
- Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
- Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een lichte metaalachtige glans. De borst en buik zijn diepzwart, contrasterend met de witte onderstaartdekveren. De vleugels zijn zwart met een subtiele groene glans, terwijl de dekveren een matte afwerking hebben. De snavel is groot en ivoorkleurig, met een opvallende zwarte basis. De naakte huid rond de ogen is donkergrijs, wat de heldere gele iris accentueert. De poten zijn donkergrijs met een robuuste structuur, geschikt voor stevige grip.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzende zwarte kop en nek dan de man. Haar borst en buik zijn eveneens zwart, maar met een iets doffere tint. De vleugels vertonen een vergelijkbare matte afwerking als de man, zonder de groene glans. De snavel is kleiner en minder ivoorkleurig, met een subtielere zwarte basis. De naakte huid rond de ogen is lichter grijs, met een minder opvallende gele iris. De poten zijn donkergrijs, maar iets slanker dan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer zwart verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs, met een vage witte schijn op de onderstaartdekveren. De vleugels zijn matzwart zonder glans, met versleten randen. De snavel is kleiner en grijsachtig, zonder de volwassen ivoorkleur. De naakte huid rond de ogen is lichtgrijs, met een onopvallende grijze iris. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. Hun snavel is klein en lichtgrijs van kleur.