Vogel
Aziatische goudplevier
Aziatische goudplevier
Pluvialis fulva
Log in om deze soort toe te voegenDe Aziatische goudplevier (synoniem: Kleine goudplevier) behoort tot het geslacht Pluvialis binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze vogelsoort broedt in de pooltoendra van Siberi� en Alaska. Tijdens de winter trekt ze naar warmere gebieden zoals Zuidoost-Azi�, Australi� en Hawa�. Het habitat bestaat uit open ruimtes zoals stranden, golfbanen en landbouwvelden. De vogels voeden zich met insecten, schelpdieren en kleine gewervelde dieren. Ze maken lange vluchten over de Stille Oceaan en etaleren eenvoudige maar spectaculaire hofstrijddansen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Pluvialis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een goudbruine bovenzijde met zwarte vlekken, die een glanzend effect geven. De kop en nek zijn donkerder met een subtiele gouden glans, die contrasteert met de lichtere borst. De borst is lichtbruin met een fijne zwarte bandering, die naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn donkerbruin met goudkleurige randen, die bij versleten veren minder opvallen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en slank, wat bijdraagt aan een sierlijke uitstraling. De ogen zijn donker met een dunne, nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De bovenzijde is goudbruin met een matte afwerking, zonder de glans van de man. De kop en nek zijn lichter, met een subtiele overgang naar de borst. De borst heeft een minder duidelijke bandering, die naar de buik toe bijna verdwijnt. De vleugels zijn donkerbruin met minder opvallende goudkleurige randen. De snavel is kort en zwart, met een rechte vorm. De poten zijn donkergrijs, iets dikker dan die van de man. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruingrijze bovenzijde en lichte vlekken. De kop en nek zijn egaal bruin, zonder de gouden glans van volwassen vogels. De borst is lichtbruin met een vage bandering, die naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, die bij versleten veren minder zichtbaar zijn. De snavel is kort en zwart, met een rechte vorm. De poten zijn grijs en robuust, wat bijdraagt aan een stevige uitstraling. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig verenkleed met een overwegend geelbruine kleur en donkere vlekken. De poten zijn lichtgrijs en relatief kort, wat een schattige indruk geeft.