Vogel
Balispreeuw
Balispreeuw
Leucopsar rothschildi
Log in om deze soort toe te voegenDe Balispreeuw behoort tot het geslacht Leucopsar binnen de familie van Spreeuwachtigen (Sturnidae).
Deze bijzondere vogel komt uitsluitend voor op het eiland Bali en leeft vooral in de bossen en open gebieden van het Bali Barat natuurreservaat. De vogel is sociaal en trekt vaak in kleine groepen door de boomtoppen, waar hij zich voedt met vruchten, insecten en zaden. Kenmerkend is zijn vlekkeloos witte verenkleed en de opvallende blauwe huid rond de ogen. Balispreeuwen zijn trouw aan hun partner en broeden in boomholtes, waar ze hun nest vullen met grassen en bladeren. Ze staan bekend om hun melodieuze zang en hun vermogen om verschillende geluiden te produceren voor communicatie binnen de groep. Door habitatverlies en illegale handel is hun populatie sterk afgenomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Spreeuwen (Sturnidae)
- Bird Genus
- Leucopsar
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een helder wit verenkleed met een zijdeachtige glans. De vleugels en staart zijn voorzien van zwarte uiteinden, wat een scherp contrast biedt. De kop is opvallend met een blauwe naakte huid rond de ogen. De snavel is geel met een zwarte punt, wat een onderscheidend kenmerk is. De poten zijn grijsblauw en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, wat een subtiel contrast vormt met de blauwe oogring. In de broedtijd kan de glans van het verenkleed intenser lijken.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar wit verenkleed als de man, maar met een iets mattere glans. De zwarte uiteinden van de vleugels en staart zijn minder uitgesproken. De blauwe naakte huid rond de ogen is iets minder fel dan bij de man. De snavel is eveneens geel met een zwarte punt, maar iets korter. De poten zijn grijsblauw, met een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele blauwe oogring. Tijdens het broedseizoen kan de kleurintensiteit van de veren iets toenemen.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer wit verenkleed met een lichtgrijze tint. De zwarte uiteinden van de vleugels en staart zijn minder scherp afgetekend. De blauwe naakte huid rond de ogen is minder ontwikkeld en bleker. De snavel is geelachtig, maar mist de zwarte punt van de volwassen vogels. De poten zijn grijsblauw, maar met een meer korrelige textuur. De iris is lichter bruin, met een minder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze de kenmerkende volwassen kenmerken.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsachtig dons. De snavel en poten zijn bleekgeel.