Vogel
Bandkwartel
Bandkwartel
Philortyx fasciatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Bandkwartel behoort tot het geslacht Philortyx binnen de familie van Koekoeken (Odontophoridae).
Deze vogel leeft in droge, halfdroge gebieden van centraal en zuidwestelijk Mexico, zoals dorre bossen en struikgewas. Ze leven in groepen van 10 tot 20 exemplaren, foerageren samen en eten zaden en insecten. Ze broeden in het regenseizoen, waarbij beide ouders zorg dragen voor de eieren en jongen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
- Bird Genus
- Philortyx
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Boomkwartels en tandkwartels
Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
- Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
- Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Man:
De man heeft een opvallend patroon van zwarte en witte strepen op de borst. De rug is bruin met een subtiele glans, terwijl de vleugels donkerder zijn met lichte randen. De kop is grijs met een zwarte streep die van de snavel naar de nek loopt. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De buik is lichter van kleur, met een zachte overgang naar de borst. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed dan de man, met meer gedempte kleuren. De borst is lichtbruin met fijne, donkere strepen. De rug en vleugels zijn egaal bruin, zonder de glans die bij de man te zien is. De kop is eveneens bruin, met een subtiele, donkere streep langs de ogen. De snavel is iets lichter van kleur dan bij de man, maar heeft dezelfde vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage bandering op de borst. De rug en vleugels zijn donkerder bruin, met lichte randen die een versleten indruk geven. De kop is egaal bruin, zonder de duidelijke strepen van de volwassen vogels. De snavel is lichtbruin en recht, met een nog niet volledig ontwikkelde kromming. De poten zijn grijsbruin en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker, met een nauwelijks zichtbare oogring. De verhoudingen van kop en lichaam zijn vergelijkbaar met die van volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.