Bandstaartsjakohoen

Penelope argyrotis

Log in om deze soort toe te voegen

De Bandstaartsjakohoen behoort tot het geslacht Penelope binnen de familie van Hokkos, Goeans (Cracidae).

De bandstaartguan is een vogelsoort uit de familie Cracidae, die voorkomt in Colombia en Venezuela. Deze vogel bewoont voornamelijk bergbossen en de randen daarvan. Zij zijn over het algemeen_le birds die vaak in groepen worden aangetroffen, waarbij ze zich voedenoopschieten vruchten en insecten.

Bandstaartsjakohoen
Band-tailed Guan
Bindenschwanzguan
Pénélope à queue barrée

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
Bird Genus
Penelope

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Hokkos, Goeans

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen-Hokkos-Goeans

Man:
Het mannetje is een middelgrote guan van circa 65-70 cm lengte, slank gebouwd met een lange staart. Het verenkleed is overwegend donkerbruin, waarbij de borst en flanken fijne, lichte randen vertonen die een geschubd patroon geven. Het meest kenmerkende detail is de opvallende witte tot zilverachtig grijze vlek rond het oog, die de soort onderscheidt. De keel draagt een kleine, kale, rode wam. De snavel is zwartachtig, de iris donkerbruin, en de poten zijn rood. De rug en vleugels zijn egaal donkerbruin met soms een lichte olijfachtige zweem.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en deelt de zilvergrijze oogvlek en de rode keelwam. Ze is gemiddeld iets kleiner en lichter gebouwd. Het verenkleed kan iets doffer bruin zijn en de keelwam is vaak minder uitgesproken rood.

Juveniel:
Juvenielen missen de duidelijke witte oogvlek. De kop is uniform bruin, de keelwam ontbreekt of is slechts vaag zichtbaar. Het verenkleed is matter bruin met bredere, lichtere randen op borst en flanken, waardoor het geschubde effect sterker lijkt. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot dof rood, en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn nestvlieders, bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere vlekken en strepen, die uitstekende camouflage bieden in de bosrijke leefomgeving. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en grijszwart, de poten vleeskleurig, en de iris donkerbruin. De zilvergrijze oogvlek en de rode keelwam ontwikkelen zich pas in latere levensstadia.