Bergkuifkwartel

Oreortyx pictus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bergkuifkwartel (synoniem: Amerikaanse bergkuifkwartel of bergkwartel) behoort tot het geslacht Oreortyx binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

Deze vogelsoort komt voor in beboste berggebieden en chaparral van West-Noord-Amerika, tot op hoogtes van ongeveer 3.000 meter. Hij is niet-trekkend en leeft vaak verborgen onder dichte struiken en steile hellingen. De vogel voedt zich met bladeren, zaden en insecten, leeft in kleine groepen en vertoont een schichtig en teruggetrokken gedrag.

Bergkuifkwartel
Mountain Quail
Bergwachtel
Colin des montagnes

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Oreortyx

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Man:
De man heeft een opvallend kastanjebruin verenkleed met een lichte glans op de borst. De kop is donkerder met een grijze tint, terwijl de nek een subtiele blauwgrijze schijn vertoont. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De buik is lichter van kleur, met een geleidelijke overgang naar de borst. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met overwegend grijsbruine tinten. De kop en nek zijn egaal grijs, zonder de glans die bij de man te zien is. De vleugels vertonen een subtiele bandering met lichtere en donkere tinten. De borst en buik zijn lichtbruin, met een zachte overgang tussen de kleuren. De snavel is iets lichter dan die van de man, maar behoudt dezelfde vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichter dan het lichaam, met een vage streep over de ogen. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, vergelijkbaar met de volwassen man. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder duidelijke contrasten. De snavel is kort en grijs, met een nog niet volledig ontwikkelde kromming. De poten zijn lichtgrijs en vertonen een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een lichtbruine tint. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 225
  • Tijdschrift 201