Bergsapspecht

Sphyrapicus thyroideus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bergsapspecht behoort tot het geslacht Sphyrapicus binnen de familie van Spechten (Picidae).

Deze specht leeft voornamelijk in open naaldbossen van westelijk Noord-Amerika, van zuidelijk Canada tot noordelijk Mexico. Hij voedt zich met insecten en boomgaardsap, en graaft nestholtes in oude bomen. Het mannetje en vrouwtje verschillen sterk qua kleur, wat uniek gedrag zichtbaar maakt tijdens de broedtijd.

Bergsapspecht
Williamson's Sapsucker
Kiefernsaftlecker
Pic de Williamson

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Sphyrapicus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop met een opvallende witte streep boven de ogen. De nek is zwart met een subtiele rode keelvlek die helder afsteekt. De borst is zwart met een scherpe overgang naar de witte buik. Vleugels zijn zwart met witte strepen die een gestreept patroon vormen. De rug is zwart met een lichte glans, terwijl de staart zwart is met witte uiteinden. De snavel is recht en zwart, passend bij de donkere poten.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijke kop met een doffere zwarte kleur en ontbrekende rode keelvlek. De nek is zwart met een lichte grijze tint, die doorloopt naar de borst. De buik is wit met een vage grijze waas, minder scherp dan bij de man. Vleugels zijn zwart met minder uitgesproken witte strepen. De rug is dof zwart, zonder de glans die bij de man te zien is. De snavel is zwart en iets korter, met grijze poten.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage streping op de borst. De kop is bruin met een lichte oogstreep en ontbrekende rode keelvlek. De vleugels zijn bruin met onduidelijke witte strepen, minder contrastrijk dan bij volwassenen. De rug is dof bruin, zonder glans. De snavel is korter en lichter van kleur, met grijsbruine poten. De buik is lichtbruin met een onregelmatige streping.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en lichtgekleurd.