Birmatortel

Streptopelia tranquebarica

Log in om deze soort toe te voegen

De Birmatortel (Synoniem: ) behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

De roodnekduif is een kleine, slanke duif met een karakteristieke zwarte halsring; het mannetje heeft een blauwgrijze kop en een warmbruin lichaam, het vrouwtje vertoont een zachtere, roze-bruine tint. Deze soort komt vooral voor in tropisch en subtropisch Azië, waaronder grote delen van het Indisch Subcontinent, Taiwan en de Filipijnen, en leeft bij voorkeur in open, lichtbeboste vlaktes, plantages en boomrijke gebieden nabij waterlopen, waar het woestijnen vermijdt. De roodnekduif is het meest algemeen in de Punjab maar heeft als zomergast ook een grotere verspreiding richting het noordwesten van India en Afghanistan, waar het in de zomer broedt; hier arriveert de soort vaak in kleine groepen, die vervolgens uiteenvallen voor de broedperiode. Het voedsel bestaat voornamelijk uit zaden en granen die op de grond worden gezocht, vaak op akkers en op plaatsen waar voedselresten liggen. Qua gedrag is de soort vrij schuw maar in sommige stedelijke gebieden steeds vaker te zien als opportunistische eters. Hoewel de populatie licht afneemt, is de roodnekduif nog ruimschoots aanwezig en worden verspreiding noch aantallen als zorgwekkend ervaren.

Birmatortel
Red Collared Dove
Weinrote Halsringtaube
Tourterelle à tête grise

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Streptopelia

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote, slanke duif van circa 26-28 cm lengte. Het verenkleed is overwegend roodachtig bruin op rug en vleugels, met een warm kastanjebruine zweem op de dekveren. De kop en borst zijn zacht lila tot grijsroze gekleurd, naar de buik toe overgaand in vuilwit. Op de achterzijde van de hals bevindt zich een kenmerkende, smalle zwarte halsband met een fijn geschubd patroon. De staart is relatief lang, donker in het midden en met brede grijze tot witte zijpennen, die in vlucht sterk contrasteren. De snavel is zwart, de poten rood en de iris oranjerood tot karmijn.

Vrouw:
Het vrouwtje is iets kleiner en matter van kleur. De borst en kop zijn grijzer en minder lila, terwijl de roodbruine bovenzijde doffer oogt. De zwarte halsband is aanwezig, maar vaak minder scherp afgetekend. De iris is meer oranjebruin dan fel rood.

Juveniel:
Jonge vogels missen de volle kleuren en zijn overwegend bruinachtig. De kop en borst zijn grijsbruin zonder lila zweem, en de halsband is afwezig of slechts vaag zichtbaar. De vleugels vertonen lichte veerranden, wat een geschubd uiterlijk geeft. De snavel is donkergrijs, de poten valer rood en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun, grijsbruin dons. De snavel is donker en relatief fijn, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. Ze worden de eerste weken gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen daarna het bruinige juveniele kleed.