Vogel
Bisschopsgrondduif
Bisschopsgrondduif
Geotrygon violacea
Log in om deze soort toe te voegenDe Bisschopsgrondduif (Synoniem: ) behoort tot het geslacht Geotrygon uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort bezit een opvallende paarsachtige kleur en is te vinden in diverse landen, waaronder Colombia, Brazilië, en Argentinië. Ze bewonen voornamelijk de onderbegroeiing van tropische regenwouden en secundaire bossen. Hun voedsel bestaat uit zaden, gevallen vruchten en kleine ongewervelden, die ze op de grond zoeken. Gedurende het broedseizoen, dat van maart tot november loopt, bouwen ze nesten op ongeveer een tot twee meter hoogte boven de grond.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geotrygon
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje (purpergronde duif) is een middelgrote, compact gebouwde duif van circa 27-30 cm lengte. De kop en nek zijn grijsachtig tot blauwgrijs, vaak met een subtiele purperen glans op de kruin en achterhals. De borst is warm kastanjebruin tot wijnrood, scherp contrasterend met de lichtere, grijswitte buik. De rug en vleugels zijn donker olijfbruin met groene en bronskleurige irisatie op de dekveren. De staart is middellang en afgerond, met donkere middelste veren en lichtere buitenste. Rond het oog bevindt zich een opvallende, kale, roodachtige huidring. De snavel is zwart, de poten zijn rood en de iris oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje is sterk gelijkend maar gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De purperen glans op kop en nek is minder uitgesproken, en de borst is meer bruin dan kastanjeroze. De oogring is smaller en valer rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend donkerbruin, met lichtere veerranden op rug en vleugels die een geschubd uiterlijk geven. De borst is dof bruin zonder de warme kastanjekleur van de volwassenen. De oogring is nog nauwelijks ontwikkeld en grijsgrauw. De snavel is grauwzwart, de poten doffer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun dons in bruin- tot grijstinten. De snavel is donker en relatief fors, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste levensweken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze het bruinige juveniele verenkleed ontwikkelen.