Vogel
Blauwkruin organist
Blauwkruin organist
Chlorophonia occipitalis
Log in om deze soort toe te voegenDe Blauwkruin organist behoort tot het geslacht Chlorophonia binnen de familie van Vinkachtigen (Fringillidae).
Deze kleine zangvogel komt voor in bergachtige wouden van zuidoost Mexico tot Nicaragua. Hij voedt zich voornamelijk met vruchten en bessen, waarbij ook jonge vogels veel insecten krijgen. Het is een schuwe soort die zich in dichte vegetatie ophoudt en bekendstaat om zijn zachte zang.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Vinkachtigen (Fringillidae)
- Bird Genus
- Chlorophonia
Ringmaat
Man 3.2 mm Vrouw 3.2 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een helder groene kop met een opvallende blauwe kruin. De nek en rug zijn eveneens groen, maar met een subtiele glans. De vleugels en staart zijn donkerder groen met een lichte blauwe tint. De borst is felgeel, wat sterk contrasteert met de groene buik. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer groen verenkleed dan de man, zonder de blauwe kruin. De nek en rug zijn egaal groen, zonder glans. De vleugels en staart zijn gelijkmatig groen, zonder blauwe tinten. De borst is lichtgeel, minder fel dan bij de man. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn grijs, met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele, lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend groen verenkleed, met een minder uitgesproken kleurverdeling. De kop is egaal groen, zonder blauwe of gele accenten. De vleugels en staart zijn dof groen, zonder glans. De borst en buik zijn lichtgroen, zonder het gele contrast van volwassen vogels. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan bij volwassenen. De poten zijn grijs, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.