Vogel
Blauwwangbijeneter
Blauwwangbijeneter
Merops persicus
Log in om deze soort toe te voegenDe Blauwwangbijeneter behoort tot het geslacht Merops binnen de familie van Bijeneters (Meropidae).
Deze vogel leeft in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en delen van Zuid-Azi� en trekt in de winter naar tropisch Afrika. Hij bewoont halfwoestijnachtige gebieden met verspreide bomen en nestelt vaak in rivierbanken of open graslanden. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten, vooral bijen en wespen, die hij behendig vangt in de vlucht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Bijeneters (Meropidae)
- Bird Genus
- Merops
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Bijeneters
Bijeneters zijn kleurrijke, insectenetende vogels die vooral voorkomen in warme, open landschappen. Ze zijn zeer actief vliegers en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime volières met voldoende vlieg- en nestgelegenheid, veel zonlicht en droogte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–20 m² per koppel, ≥ 3 m hoog) met zand- of leembodem voor nestgangen of kunstmatige nesttunnels; enkele zitstokken op verschillende hoogten.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bescherming tegen wind en regen; in koude periodes verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte en nestgelegenheid; tijdens broed voldoende afstand tussen nestgangen.
- Voeding: insectenrijk dieet (bijen, krekels, libellen, sprinkhanen); aanvullen met meelwormen, wasmotlarven, zacht insectenvoer en supplementen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: volière met natuurlijke zonlichttoegang; droge omstandigheden essentieel; zandwanden of nestbuizen bevorderen broedsucces.
Man:
De man heeft een helder groen verenkleed met een opvallende blauwe keel. De kop is voorzien van een kastanjebruine kruin die scherp contrasteert met de rest van het lichaam. De vleugels zijn donkerder groen met een subtiele blauwe glans aan de randen. De staart is lang en puntig, met een centrale verlenging die donkerder van kleur is. De snavel is zwart en licht gebogen, wat een elegant profiel geeft. De poten zijn donkergrijs en slank, passend bij de algehele sierlijke verschijning. De iris is roodbruin, omringd door een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar groen verenkleed, maar met een iets doffere tint dan de man. De keel is ook blauw, maar minder intens van kleur. De kastanjebruine kruin is minder uitgesproken, waardoor het contrast met de rest van de kop subtieler is. De vleugels hebben een matte afwerking, met minder glans dan die van de man. De staart is korter en mist de centrale verlenging. De snavel is eveneens zwart en gebogen, maar iets korter. De poten zijn donkergrijs, met een iets robuustere structuur dan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend groen verenkleed, maar met een meer olijfkleurige tint. De keel is bleekblauw, minder opvallend dan bij volwassen vogels. De kruin is vaag kastanjebruin, vaak moeilijk te onderscheiden van de rest van de kop. De vleugels zijn dof en missen de glans die bij volwassen vogels te zien is. De staart is kort en zonder verlengingen, met een uniforme groene kleur. De snavel is lichter van kleur, vaak grijsachtig met een subtiele kromming. De poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling, wat een minder verfijnde uitstraling geeft.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijze veren. De snavel is kort en recht, nog niet volledig ontwikkeld.