Vogel
Bloedfazant
Bloedfazant
Ithaginis cruentus
Log in om deze soort toe te voegenDe Bloedfazant behoort tot het geslacht Ithaginis binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogel leeft in bergachtige gebieden van Nepal, Tibet, China en het noordoosten van India, in coniferen- en gemengde bossen nabij de sneeuwgrens. Het is een monogame soort die zich voedt met mossen, varens en dennenknoppen. In het broedseizoen verdedigen mannetjes territoria en vertonen spectaculaire baltsgedragingen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Ithaginis
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje heeft een roodbruine tot kastanjebruine rug, vleugels en staart, met fijn gestreepte en gespikkelde patronen. De borst en flanken zijn donkerder kastanjebruin met lichtere strepen. De kop is donkerbruin met een korte kuif en een felrode huid rond de ogen en op de keel. De snavel is grijsachtig, de poten grijs. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en minder fel gekleurd dan het mannetje. Het verenkleed is overwegend bruin met lichtere strepen en vlekken voor camouflage. De borst en flanken zijn lichter bruin, de snavel en poten zijn grijsachtig en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en hebben minder uitgesproken strepen en vlekken. De snavel is lichtgrijs, de poten grijsachtig en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruin dons met lichtere vlekken op rug en kop voor camouflage in rotsige en bosrijke habitats. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.