Vogel
Bossneeuwhoen
Bossneeuwhoen
Canachites canadensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Bossneeuwhoen (synoniem: Spruce grouse of Dendragapus canadensis) behoort tot het geslacht Canachites binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze vogelsoort komt voor in de boreale bossen van Noord-Amerika, van Canada tot aan delen van de Verenigde Staten. Hij leeft bij uitstek in dichte naaldbossen, met name sparren-, dennen- en vurenbossen, en zoekt in de zomer vaak jonge bossen met rijke struiklaag. In de winter trekt hij naar dichtere standen voor beschutting. De vogel is goed aangepast aan het leven in bomen en beweegt zich vaak langs takken. Hij voedt zich hoofdzakelijk met naalden en bessen, en is bekend om zijn tamheid en voorkeur voor het lopen boven vliegen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Canachites
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Man:
De man heeft een donkerbruin verenkleed met een subtiele kastanjebruine glans. De kop en nek zijn donkerder met een lichte, grijze tint op de keel. De borst is diepbruin met fijne, lichte vlekken die naar de buik toe vervagen. Vleugels tonen een mix van donkere en lichtere bruine veren met lichte randen. De staart is donker met een opvallende, lichte band aan het uiteinde. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige basis. Poten zijn grijsachtig met een robuuste structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gem�leerd bruin verenkleed met een matte uitstraling. Kop en nek zijn lichter bruin met een subtiele, gestreepte tekening. De borst is lichtbruin met een fijne, donkere bandering die naar de buik toe vervaagt. Vleugels zijn bruin met lichtere randen en een subtiele, gevlekte tekening. De staart is bruin met een lichte, onopvallende band aan het uiteinde. De snavel is kort en donkergrijs, zonder opvallende was. Poten zijn lichtgrijs met een fijne structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend lichtbruin verenkleed met een zachte, pluizige textuur. De kop is lichter met een vage, gestreepte tekening. De borst is lichtbruin met een onregelmatige, donkere vlekkenpatroon. Vleugels zijn lichtbruin met een subtiele, gevlekte tekening en lichte randen. De staart is kort en bruin met een onopvallende lichte band. De snavel is klein en grijsachtig, zonder was. Poten zijn lichtgrijs en fijn van structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.