Vogel
Braziliaanse tinamoe
Braziliaanse tinamoe
Crypturellus strigulosus
Log in om deze soort toe te voegenDe Braziliaanse tinamoe behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
Deze vogel leeft in vochtige laaglandbossen van het oosten van Peru, noordwesten van Bolivia en het oosten van het Braziliaanse Amazonegebied. Hij voedt zich vooral met vruchten, zaden, bladeren en ongewervelden die hij van de grond of lage struiken eet. Het mannetje broedt de eieren uit en zorgt voor de jongen, die na enkele weken zelfstandig zijn.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Crypturellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele roodachtige tint op de rug. De kop en nek zijn donkerder, met een lichte glans die contrasteert met de matte borst. De vleugels vertonen fijne, donkere bandering die bij de dekveren meer uitgesproken is. De buik is lichter van kleur, met een geleidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een meer uitgesproken roodachtige tint. De kop en nek zijn iets lichter, met een minder opvallende glans. De borst is egaal bruin, zonder de glans die bij de man te zien is. De vleugels hebben een subtiele bandering, minder contrasterend dan bij de man. De buik is lichtbruin, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is iets lichter van kleur, met een vergelijkbare vorm. De poten zijn grijs, met een iets ruwere textuur dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een meer uniforme bruine kleur over het hele lichaam. De kop en nek zijn minder contrasterend, met een matte afwerking. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder duidelijke tintverschillen. De vleugels vertonen een vage bandering, die nauwelijks opvalt. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs, met een gladde structuur. De iris is donker, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een uniforme bruine kleur heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs, met een gladde textuur.