Braziliaanse zaagbek

Mergus octosetaceus

Log in om deze soort toe te voegen

De Braziliaanse zaagbek behoort tot het geslacht Mergus uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De Braziliaanse zaagbek is een zeldzame, slanke duikeend die voorkomt in schone, snelstromende rivieren in het zuid-centraal deel van Brazilië, met af en toe meldingen uit aangrenzende landen. Zijn leefgebied bestaat vooral uit afgelegen, bergachtige streken met veel oevervegetatie, waar hij territoriaal zijn rust verdedigt en niet migreert. Deze soort leeft meestal in zeer lage dichtheden, foerageert op kleine vis en waterinvertebraten en bouwt zijn nest hoog in boomholtes boven het water, waar het vrouwtje zorgvuldig op de eieren broedt, terwijl het mannetje dicht in de buurt blijft.

Braziliaanse zaagbek
Brazilian Merganser
Brasilianischer S�ger
Harle du Br�sil

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Mergus

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een donkerbruin verenkleed op kop, nek en bovenlichaam, met een smaragdgroene glans. De borst en het onderlichaam zijn lichtbruin met een fijne grijze tekening. De snavel is zwart, de poten rood en de iris bruin. In vlucht valt hij op door zijn snelle en lage manier van vliegen.

Vrouw:
Het vrouwtje is grotendeels gelijk aan het mannetje, maar iets kleiner, waardoor de borst minder uitgesproken is. De schouderveren hangen vaak wat meer door.

Juveniel:
Jonge vogels hebben een grijze borst en missen de donsdop. De wangen en nek zijn witachtig en er is een opvallende witte oogring. De bovensnavel is donker met een lichte punt, terwijl de ondersnavel rood tot bruinachtig is.

Kuiken:
De kuikens zijn zwart op de bovenzijde van het lichaam en vertonen witte vlekken op de flanken, romp en veren. Het gezicht heeft de zwart-witte tekening die typisch is voor zaagbekken, maar zonder de roodbruine kleurovergangen die bij andere soorten voorkomen. De snavel is zwart, de poten en voeten zijn donkergrijs en de iris is grijs.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 217
  • Tijdschrift 222
  • Tijdschrift 259
  • Tijdschrift 275
  • Tijdschrift 283
  • Tijdschrift 296