Vogel
Bruine grondduif
Bruine grondduif
Zentrygon linearis
Log in om deze soort toe te voegenDe Bruine grondduif behoort tot het geslacht Zentrygon uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt voor in tropische laagland- en bergbossen van Colombia, Venezuela en Trinidad en Tobago, doorgaans tot 2500 meter hoogte. Hij voedt zich voornamelijk met zaden op de bosbodem en wordt vaak alleen of in koppels gezien. De broedperiode loopt van april tot oktober. De vogel zingt een laag, monotoon geluid en bouwt nesten van twijgjes hoog in bomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Zentrygon
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, stevig gebouwde duif van circa 28-30 cm lengte. De kop is grijsachtig met een subtiele groene irisatie op de achterhals. De borst is purperachtig tot wijnrood, scherp contrasterend met de lichtgrijze tot witachtige buik. De rug en vleugels zijn olijf- tot kastanjebruin met donkere slagpennen en soms een zwakke bronsglans op de dekveren. De staart is afgerond, donkergrijs met lichtere buitenste pennen. Rond het oog bevindt zich een opvallende, kale, rood- tot oranjegekleurde huidring. De snavel is zwartachtig, de poten rood en de iris oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en matter gekleurd. De purperen borstzweem is minder uitgesproken en kan meer bruinachtig zijn. De oogring is aanwezig, maar vaak smaller en valer rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend bruin met lichte veerranden op rug en vleugels, wat een geschubd uiterlijk geeft. De borst is grijzer en mist de purperachtige tint. De oogring is nog nauwelijks ontwikkeld en eerder grijzig dan rood. De snavel is grauw, de poten valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers, met een dun dons in grijsbruine tinten bij uitkomst. De snavel is relatief fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten. Ze worden gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen vervolgens het egalere, bruinige juveniele kleed.